De kenmerken van een dolfijn zijn allemaal terug te voeren op één ding: hij is een zoogdier dat volledig in zee leeft. Een gestroomlijnd lichaam, gladde huid zonder haren, een spuitgat boven op de kop en longen in plaats van kieuwen — dat zijn de eigenschappen die een dolfijn maken tot wat hij is. Hieronder lopen we de belangrijkste kenmerken van een dolfijn na: zijn lichaamsbouw, zintuigen, leefgebied, levensduur en grootte.
Lichaamsbouw van een dolfijn
Een dolfijn heeft een torpedovormig lichaam dat het water moeiteloos doorklieft. De huid is glad en rubberachtig en wordt voortdurend vernieuwd, zodat er weinig weerstand ontstaat tijdens het zwemmen. Onder de huid zit een dikke laag spek (blubber) die warmte vasthoudt in koud water en als energievoorraad dient.
De aandrijving komt van de horizontale staartvin, de fluke. Door die met krachtige op-en-neerbewegingen te gebruiken haalt een dolfijn hoge snelheden. De rugvin houdt hem stabiel en de twee borstvinnen sturen en remmen. Boven op de kop zit het spuitgat: de neusgaten zijn naar de bovenkant verhuisd, zodat de dolfijn kan ademen zonder zijn hele kop uit het water te tillen. Veel soorten hebben een duidelijke snuit met tientallen kegelvormige tanden waarmee ze glibberige vis vasthouden.
Zintuigen en echolocatie
Het belangrijkste zintuig van een dolfijn is zijn gehoor. Met echolocatie stuurt hij klikgeluiden vooruit die terugkaatsen op vissen, rotsen en de zeebodem. Uit die echo’s leidt hij af hoe ver iets weg is en hoe groot het is. Zo “ziet” een dolfijn met geluid, ook in troebel of donker water waar de ogen niets meer opvangen.
Dolfijnen zien wel degelijk goed, zowel onder als boven water, maar gehoor en echolocatie zijn dominant. Hun reukvermogen is daarentegen vrijwel afwezig. Tastzin speelt een grote rol in het sociale leven: dolfijnen raken elkaar voortdurend aan met hun vinnen, een teken van band en vertrouwen binnen de groep.
Leefgebied
Dolfijnen komen in vrijwel alle zeeën en oceanen voor, van warme tropische wateren tot de koudere Noordzee. De meeste soorten houden van kustwateren en ondiepe zeeën waar veel vis zit, maar er zijn ook soorten die op volle oceaan leven. Een aantal dolfijnen, zoals de rivierdolfijnen, leeft zelfs in zoet water in grote rivieren.
Het leefgebied bepaalt sterk hoe een dolfijn eruitziet en zich gedraagt. Kustdolfijnen leven vaak in vaste groepen op een bekend stuk zee, terwijl oceaandolfijnen enorme afstanden afleggen achter scholen vis aan. Aan de Nederlandse kust is vooral de bruinvis een vaste verschijning; tuimelaars en gewone dolfijnen duiken er onregelmatiger op.
Levensduur en grootte
De grootte verschilt sterk per soort. De tuimelaar, de bekendste dolfijn, wordt zo’n 2 tot 4 meter lang. De kleine gewone dolfijn blijft meestal onder de 2,5 meter, terwijl de orka — officieel de grootste dolfijnensoort — kan uitgroeien tot 8 of 9 meter.
Ook de levensduur loopt uiteen. Veel dolfijnen worden in het wild 20 tot 50 jaar oud; sommige orka’s halen onder gunstige omstandigheden nog veel meer. Levensduur en grootte hangen samen met de soort, het leefgebied en de hoeveelheid voedsel. Daarmee zijn ze het sluitstuk van de kenmerken van een dolfijn: alles aan zijn lichaam is afgestemd op een leven in zee.
| Kenmerk | Tuimelaar | Orka |
|---|---|---|
| Lengte | 2–4 m | 6–9 m |
| Voedsel | vis, inktvis | vis, zeehonden, walvisachtigen |
| Leefgebied | kustwateren | alle oceanen |
Veelgestelde vragen
Hebben dolfijnen haren?
Pasgeboren dolfijnen hebben een paar borstelharen rond de snuit, maar die vallen kort na de geboorte uit. Volwassen dolfijnen zijn vrijwel haarloos.
Hoe houden dolfijnen het warm in koud water?
Een dikke laag spek (blubber) onder de huid isoleert hen tegen de kou en dient tegelijk als energievoorraad.